Boven ons woonde de familie Diesveld.
Mijn opa en oma Hermeling hadden een viswinkel op de hoek van de
Willemstraat en de Rappardstraat. Mijn vader was ook visboer,
hij ventte met een kar. Samen hadden ze een pakhuis, daar kon je
komen vanaf de Rappardstraat onder een poort door waar ook nog
woningen waren. Boven het pakhuis woonde de familie Arts, zij
hadden veel kinderen. Bij de ingang van de poort kon je in de
zomer vanuit een raam aan de kant van de Rappardstraat ijs kopen
(ik dacht dat ze Massop heten). Zaterdags stond mijn vader met
een kraam op de Hommelse markt voor de winkel van Hagen's
warenhuis. Later is de markt verhuisd naar de Akkerstraat, daar
had hij een kraam voor de kapperszaak van de fam. Nijland.
Later zijn we verhuisd naar de Rapparddwarsstraat 31, het huis
wat er stond was weg gebombardeerd in de oorlog. Ze hebben er
nieuwbouw tussen gezet, een boven en benedenwoning. Het huis had
een portiek. Wij woonden boven en beneden voor ons woonden opa
en oma Kieken. Vanuit de woonkamer keken wij de Arbeidstraat in
met aan de rechterkant de Meubelfabriek van "van Maanen". En aan
de andere kant woonhuizen. Rechts op de hoek aan de kant van de
fabriek woonde de familie Haarbrink in de bovenwoning, aan de
linkerkant boven de fam. Klappers. Naast de fam. Klappers woonde
op het bovenhuis de fam. van Zanten. Achter in de Arbeidstraat
was aan de linkerkant een kolenboer Verhaaf, daar kon je een
kitje kolen kopen of een paar turven.
Toen ik bijna 4 was ging ik naar de kleuterschool "de Korenbloem" op de hoek van de Klarendalseweg en de Willemstraat, later naar de openbare Kambergschool (school 2a) in de Kapelstraat. Boven deze school zat een Katholieke jongens school (daar zaten mijn neefjes op: Henk en Bert Hermeling). De ingang was aan de Agnietenstraat.
Kleuterschool de Korenbloem
Na schooltijd kon je 's middags voor 4 cent en een naamplankje aan een touwtje om je nek naar "Ons Huis" op de Klarendalseweg bij mevrouw Kreuze (er werd gezegd dat ze van de kinderpolitie was), er was ook een juffrouw Krabbe. Voor oudere jeugd was 's avonds een groep.
De ontploffing waar over ik lees in herinneringen klopt, ik was dacht ik 13 jaar. Er was flinke paniek en veel glasschade. De man (Bolder) die om het leven is gekomen woonde net om de hoek van de Rapparddwarsstraat in de Johannastraat. Hij verzamelde oud ijzer voor de verkoop en dat demonteerde hij dan. Mijn moeder was boodschappen doen en mocht de straat niet in, mijn zus en ik konden alles goed zien van uit het woonkamerraam. Er was niet veel van hem over gebleven (hij werd in een wasteil naar buiten gedragen).
Er was ook nog een wandelclub (W.I.K. willen is kunnen). opgericht door de meneer Kiezenberg. Hij woonde op de Willemstraat boven het pakhuis van de bakker die op de hoek zat van de Willemstraat en de Rappardstraat. Om de hoek in de Rappardstraat zat een slager, tegenover de bakker op de hoek zat een fietsenmaker. Daar boven woonde de fam. van Soest.
Op
donderdag was het altijd druk op de Klarendalseweg, bij Ernste
de paardenslager. Er dan werd er geslacht en verse paardenworst
gemaakt. De mensen stonden dan buiten de winkel tot bij bakker
Peters voor de deur. Op een van de foto's op deze website
staat mijn opa Roelofs met een pet op.
Mijn opa en oma (van mijn moeders kant) en 2 zonen woonde op de Roosendaalsestraat tegen over de Schutterstraat. Het waren oude huisjes, je kwam gelijk met de voordeur de kamer binnen. Mijn oom Henk Roelofs werkte toen voor Pernis uit de Prinsessestraat, dat deed hij met paard en wagen - zo'n oude Belgische knol. We noemde dat beest de schele want hij kon niet goed zien. Als mijn oom (als hij in de buurt was) koffie ging drinken bij zijn moeder kreeg het paard altijd een boterham met suiker, als het te lang duurde voor hij aan de beurt was deed hij zelf de deur open en stapte met zijn voorpoten de kamer binnen om te kijken hoe lang het nog duurde voor hij zijn witte boterham kreeg. Zijn collega Hasje van Zanten uit de Arbeidstraat deed het zelfde werk, zij brachten bij de cafe's de tonnen bier en limonade. Later werd dit met kleine vracht wagentjes gedaan. De paarden werden toen geslacht
Winkelweek Klarendal
Eén keer per jaar was er de Klarendalse winkelweek, deze werd geopend door burgemeester Matser. De hele Klarendalseweg was dan versierd en er stonden kraampjes buiten waar je gebakken lever kon kopen en andere eetspullen. Op de hoek van de Hoflaan en de Klarendalseweg stond een podium tegen het hek van de Menno van Coehoornkazerne. Wat ik me nog herinner is dat Rita Corita optrad (met het nummer, koffie, koffie lekker bakkie koffie) en Ria Valk. Het was erg gezellig. Ik zat toen op balletles bij Mevrouw Magendans (later heeft haar zoon de lessen gedaan). Ze had een winkel op de Klarendalseweg tegen over de bloemenzaak van Peters. Een keer per jaar was er een uitvoering in het K.A.B gebouw ( ik heb meegedaan aan de uitvoering van Peter en de Wolf (Mientje Oostdam danste Peter), ik was een jager. Onze balletgroep zou meelopen met de opening in kabouterpakken. Omdat er niet genoeg broeken waren had ik de pech dat er voor mij geen broek meer was en niet mee mocht lopen. Als 6 jarige ben je dan heel verdrietig. Dus mocht ik op de praalwagen zitten met de Prinses en nog 2 kabouters. Aan het eind van de optocht mocht ik samen met burgemeester Matser mee bij van Haren de Schoenenwinkel (op de hoek van de Akkerstraat en de Klarendalseweg) theedrinken.